De energierekening is voor veel huishoudens één van de grootste vaste lasten. Dankzij recente CBS-cijfers is goed in kaart te brengen wat een gemiddeld huishouden in 2025 aan energie betaalt, uitgesplitst naar woningtype én provincie. Hieronder zie je eerst het gemiddelde verbruik en de bijbehorende kosten per woningtype, daarna de verschillen tussen provincies.
Hoe is de energierekening opgebouwd?
De totale energiekosten bestaan uit een combinatie van vaste en variabele onderdelen. In de CBS-berekeningen zijn onder meer de volgende posten meegenomen (alle bedragen inclusief btw):
- Variabel gastarief per m³ + energiebelasting op gas
- Variabel stroomtarief per kWh + energiebelasting op elektriciteit
- Vaste transporttarieven voor gas en stroom
- Vaste leveringstarieven voor gas en stroom
- Vermindering energiebelasting (een vast negatief bedrag per aansluiting)
De uitkomsten hieronder zijn gebaseerd op de CBS-tarieven van oktober 2025 en het gemiddelde verbruik in 2024, voor huishoudens zonder zonnepanelen.
Gemiddeld energieverbruik per woningtype
Het CBS heeft voor 2024 per woningtype het gemiddelde verbruik van gas en elektriciteit berekend. Op basis hiervan is de totale energierekening per jaar doorgerekend.
| Woningtype | Gas (m³) | Stroom (kWh) |
|---|---|---|
| Totaal woningen | 800 | 2.550 |
| Appartement | 560 | 1.830 |
| Tussenwoning | 770 | 2.530 |
| Hoekwoning | 900 | 2.730 |
| 2-onder-1-kapwoning | 1.010 | 3.140 |
| Vrijstaande woning | 1.270 | 4.040 |
| Eigen woning | 910 | 3.010 |
| Huurwoning | 640 | 1.920 |
Gemiddelde energierekening per woningtype (incl. alle kosten)
Combineer je het gemiddelde verbruik met alle vaste en variabele kosten, dan kom je uit op de volgende jaarlijkse energierekeningen per woningtype:
| Woningtype | Totale energiekosten (€/jaar) |
|---|---|
| Totaal woningen | € 2.004 |
| Appartement | € 1.476 |
| Tussenwoning | € 1.958 |
| Hoekwoning | € 2.189 |
| 2-onder-1-kapwoning | € 2.455 |
| Vrijstaande woning | € 3.062 |
| Eigen woning | € 2.284 |
| Huurwoning | € 1.608 |
Wat valt op?
1. Het gemiddelde huishouden betaalt ongeveer € 2.000 per jaar
Het CBS-gemiddelde over alle woningtypen komt uit op € 2.004 per jaar. Dat bedrag omvat alle onderdelen van de energierekening: variabele kosten, vaste tarieven, energiebelasting én de vermindering energiebelasting. Het laat zien dat de energierekening in 2025 nog steeds aanzienlijk is, ondanks een rustiger energiemarkt dan in de piekjaren ervoor. Voor een huishouden met een gemiddeld verbruik zonder zonnepanelen blijft energie simpelweg een grote kostenpost.
2. Woningtype bepaalt in sterke mate de uiteindelijke energierekening
De verschillen tussen woningtypen zijn groot. Een bewoner van een appartement komt gemiddeld uit op € 1.476 per jaar. Dat is ruim de helft van wat een inwoner van een vrijstaande woning betaalt: ongeveer € 3.062 per jaar. Tussenwoningen, hoekwoningen en twee-onder-een-kapwoningen zitten daar tussenin.
Dit verschil ontstaat vrijwel volledig door het warmteverlies van grotere woningen. Hoe meer buitenmuren, hoe sneller een woning afkoelt en hoe meer gas er nodig is om deze weer op temperatuur te brengen. Vrijstaande woningen hebben de meeste buitenoppervlakken; appartementen de minste. Daardoor is de gasrekening – zeker bij matige of oudere isolatie – fors hoger in vrijstaande woningen.
3. Huurwoningen zijn gemiddeld goedkoper in energie
Huurwoningen komen gemiddeld uit op € 1.608 per jaar en liggen daarmee duidelijk onder het gemiddelde van alle woningen. Een belangrijke reden: de gemiddelde huurwoning is kleiner en heeft daardoor minder stookverlies. Daarnaast is een groot deel van de sociale huursector de afgelopen jaren verbeterd op isolatiegebied (denk aan dubbel glas, kierdichting, spouwmuurisolatie en in sommige complexen zelfs warmtepompen).
Koopwoningen zijn gemiddeld groter, liggen vaker vrijer en zijn niet altijd even ver gerenoveerd op isolatie. Dat verklaart waarom de categorie “eigen woning” uitkomt boven het gemiddelde, met circa € 2.284 per jaar.
4. Gasverbruik blijft de grootste kostenpost binnen de energierekening
Hoewel stroomverbruik belangrijker is geworden door bijvoorbeeld warmtepompen, laadpalen en inductiekoken, is gas bij de meeste huishoudens nog steeds de grootste kostenpost. Dat komt door twee factoren:
- Verwarmen vraagt veruit de meeste energie; elke graad extra of langer stoken tikt hard aan.
- De combinatie van variabel gastarief én energiebelasting maakt iedere extra kubieke meter relatief duur.
Vooral grotere woningen – hoekwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande huizen – vallen hierdoor duur uit. Zij hebben meer warmteverlies en dus meer gas nodig. Daardoor lopen de totale jaarkosten snel op, zelfs wanneer de elektriciteitskosten redelijk beperkt blijven.
Verschillen in energiekosten tussen provincies
Naast het woningtype maakt ook de provincie waar je woont verschil. Dat komt niet doordat energietarieven per provincie sterk variëren – die zijn landelijk grotendeels gelijk – maar doordat de woningvoorraad per regio anders is. Hieronder zie je het gemiddelde verbruik en de bijbehorende totale energiekosten per provincie.
| Provincie | Gas (m³) | Stroom (kWh) | Totale energiekosten (€/jaar) |
|---|---|---|---|
| Drenthe | 970 | 2.730 | € 2.282 |
| Flevoland | 540 | 2.780 | € 1.726 |
| Fryslân | 910 | 2.500 | € 2.135 |
| Gelderland | 860 | 2.710 | € 2.130 |
| Groningen | 890 | 2.420 | € 2.086 |
| Limburg | 890 | 2.730 | € 2.176 |
| Noord-Brabant | 830 | 2.770 | € 2.108 |
| Noord-Holland | 740 | 2.310 | € 1.854 |
| Overijssel | 880 | 2.720 | € 2.160 |
| Utrecht | 730 | 2.530 | € 1.905 |
| Zeeland | 860 | 2.510 | € 2.072 |
| Zuid-Holland | 710 | 2.390 | € 1.838 |
Waarom zijn er zulke grote provinciale verschillen?
De verschillen tussen provincies zijn vrijwel volledig te herleiden tot het type woningen dat er gemiddeld staat. De energiekosten zelf (de tarieven) lopen nauwelijks uiteen, maar het verbruik wel. En dat verbruik wordt bepaald door de woningvoorraad: veel grote vrijstaande woningen of juist compacte appartementen.
1. Noordelijke provincies hebben hogere kosten door grotere, oudere woningen
Provincies als Drenthe, Fryslân en Groningen zitten boven het landelijk gemiddelde. Daar staan bovengemiddeld veel vrijstaande of twee-onder-een-kapwoningen met meer buitenmuren en een groter woonoppervlak. Dat betekent meer warmteverlies en dus aantoonbaar hoger gasverbruik. Zo verbruikt Drenthe gemiddeld 970 m³ gas per jaar, terwijl Zuid-Holland op 710 m³ uitkomt.
Ook de leeftijd van de woningen speelt een rol. In delen van het noorden zijn woningen gemiddeld ouder en minder ver doorgevoerd in isolatiemaatregelen dan in nieuwere randstedelijke wijken. Dat werkt direct door in de stookkosten.
2. Randstadprovincies zijn het goedkoopst door kleine, elkaar isolerende appartementen
De laagste energierekeningen worden gevonden in Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht. Dit zijn typisch Randstadprovincies, waar het woningaanbod voor een groot deel bestaat uit:
- appartementen en tussenwoningen,
- compacte woningen met weinig warmteverlies,
- nieuwere bebouwing met een betere isolatiestandaard.
Veel van die woningen “isoleren elkaar”: boven, onder en naast elke woning zitten andere woningen. Daardoor zijn er minder buitenmuren die kunnen afkoelen en is er minder gas nodig om het binnen warm te houden. Dat verklaart waarom bijvoorbeeld Zuid-Holland en Noord-Holland structureel lager uitkomen dan de noordelijke provincies.
3. Flevoland wijkt sterk af door moderne woningvoorraad
Flevoland is opvallend goedkoop met een gemiddelde energierekening van € 1.726 per jaar. De provincie bestaat grotendeels uit relatief nieuwe wijken, aangelegd in een tijd waarin strengere eisen aan isolatie golden dan in veel oudere stadswijken of dorpen elders in het land. Dat zie je terug in het lage gasverbruik: minder warmteverlies betekent minder stoken.
4. Zeeland en Limburg zitten in de middenmoot
Zeeland en Limburg hebben een gemengde woningvoorraad: zowel vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen als compacte rijwoningen en appartementen komen er veel voor. Daardoor vallen de gemiddelde energiekosten rond de middenmoot: hoger dan de Randstad, maar lager dan de uitschieters in het noorden.
Gemiddelde energierekening van 2000 euro in 2025
Op basis van de nieuwste CBS-cijfers ligt de gemiddelde energierekening in Nederland in 2025 rond de € 2.000 per jaar voor een gemiddeld huishouden zonder zonnepanelen. Het woningtype is daarbij cruciaal: bewoners van appartementen betalen grofweg anderhalf duizend euro per jaar, terwijl een vrijstaande woning kan oplopen tot ruim drieduizend euro.
Ook tussen provincies zijn de verschillen duidelijk. Regio’s met veel grote, oudere vrijstaande woningen – met name in de noordelijke provincies – hebben hogere energierekeningen. In de Randstad, waar veel kleinere en beter geïsoleerde appartementen staan die elkaar “warm houden”, vallen de kosten juist lager uit. Wie zijn eigen energierekening wil beoordelen, doet er dus goed aan niet alleen naar tarieven te kijken, maar vooral ook naar woningtype, isolatieniveau en woonregio.